Persoonlijke hulpmiddelen

60 jaar Fiat 500

In Brussel is een tentoonstelling van 60 jaar Fiat 500 van 6 t/m 25 mei

Fiat 500 rugzakje Topolino

Heeft u ook een passie voor deze leuke karaktervolle Italiaanse klassieker dan moet u naar de tentoonstelling in Brussel. Misschien leuk om er dan meteen maar een weekendje Brussel van te maken?

http://www.autoworld.be/expos-nl-67-in-the-spotlight--fiat-500--cinquecento--60-years

Hieronder hebben we nog een mooi stuk geschiedenis opgeschreven over de Fiat 500, met dank aan Christian De Boeck van de Fiat Club Belgie

 

 

La piu bella, el piccolo, la Cinquecento

60 anni

1957 – 2017

 

La bella Italia : velen hebben een lijstje met droom automobielen – DreamCars, waarvan de naam eindigt met een ”i “,

            De drietand (Maserati)

                       De stier (Lamborghini)

                                   Het steigerende paardje (Ferrari).

 

Het lijnenspel, de uitstraling, het prestige, het palmares, de kracht en het exclusieve, zijn stuk voor stuk gekoppeld aan deze heilige drievuldigheid.

Door grootmeesters ontworpen met dat typisch Italiaans vleugje design.

 

En toch hebben diezelfde Italianen het voor elkaar gekregen om naast deze prestigemodellen, de wereld te veroveren met de eenvoud en het zoeken naar simpele oplossingen.

2 van deze iconen bewijzen de dag van vandaag nog steeds hun waarde, hun belang en vooral hun uitstraling.

Eén ervan is de scooter, meerbepaald de Vespa. Vandaag de dag nog steeds een modieuze, elegante en aparte manier om zich op 2 wielen voort te bewegen.

Wil je hetzelfde bereiken met een vierwieler, dan kan je niet naast de kleine FIAT 500 kijken.

 

De voorvader van de jarige 500, de Topolino, werd getekend door Dante Giacosa. Alle Topolino modellen (A, B en C) hadden een conventionele opstelling van motor en versnellingsbak vooraan en aandrijving achter.

 

De nieuwe 500, de “Nuova 500”, die ook door Dante op de tekentafel werd neergezet, heeft het “alles achteraan” principe, waardoor de binnenruimte relatief groot is tegenover de totale lengte van het wagentje.

1957: De eerste 500’s die van de band liepen, hadden niet het verhoopte verkoopssucces, wegens een te karige uitrusting. De “Economica” uitvoering had in plaats van een achterbankje een noodzitje onder de vorm van een beklede plank, op de deurtjes zaten vaste ramen en het wagentje had geen verwarming. Het luchtgekoelde 2 cilinderblokje had een inhoud van 479cc en produceerde 13pk, had een vierversnellingsbak en goed voor een snelheid van 85km/u.

 

Vrij snel werd ingespeeld op de vraag van de klanten om een beter aangeklede versie uit te brengen, de “Normale” van 1958. Door het monteren van een volwaardige achterbank, neerdraaibare zijruiten en aluminium sierstrips op de zelfmoorddeurtjes en kofferklepje, werd het wagentje beter onthaald en verkoopbaar. Beide versies, Economica en Normale, hadden hetzelfde groot linnen plooidak met plastieken achterruit.

 

Nog in 1958, zag de “Sport” het levenslicht. Door het uitboren tot 499,5cc en na het aanpassen van cilinderkoppen, nokkenassen en carburatoren, gaf dit motortje 21,5pk af, met een topsnelheid van 105km/u. deze versie was duidelijk herkenbaar aan de witte carrosserie met brede rode racestrepen op de flanken en wieltjes met rode randen. Het linnen dakje moest plaats ruimen voor een vast metalen dak.

 

Vanaf 1960, werd de “D” aangeboden: met een motortje van 499,5cc en 17,5pk, nog steeds met de zelfmoorddeurtjes en nu een klein linnen dak. De wagen werd bekroond met de design award “Compasso d’oro”, de hoogste Italiaanse ontwerpprijs.

Typische kenmerken van de 500D: rond intrumentenklokje en stuurwiel in ’t wit.

Nog in 1960 werd de “Giardiniera” op de baan gebracht: een utilitair vervoermiddel voor de bakker, groetenman, de boer en menig ander die de ruimte kon benutten van dit kleine bestelwagentje. Om een platte laadvloer te bekomen, diende men de motor aan te passen. De cilinders lagen nu horizontaal en leverden een gezonde 21pk’s. De derde deur scharnierde aan de rechterkant en was zeer practisch.

 

In 1965 was het de beurt aan het “F”je. Meest opvallende kenmerk: de zelfmoorddeurtjes verdwenen en maakten plaats voor deuren met de scharnierpunten aan de voorzijde. Bij deze uitvoeringen werden de meeste sierstrips achterwege gelaten en kon men terug spreken van een basisuitvoering.

De “Giardiniera” van 1965 was een verbeterde versie van het model 1960 maar had nog steeds de zelfmoorddeurtjes. Deze versie werd tot 1968 gebouwd onder de naam FIAT Giardiniera en werd later tot 1977 als Autobianchi Bianchina Giardiniera verkocht.

 

Een “L”, de luxe uitvoering kon men bestellen vanaf 1968. Nog steeds hetzelfde motortje als de D en F. Aan de buitenkant vielen de gechromeerde wieldoppen op, de chromée sierbumpers en beugels, chromée sierstrips onder de deuren, de dakgootjes versierd met chroom en in de rubberdichtingen van de voor- en achterruit zat eveneens een chromée strip. De binnenkant werd beter aangekleed. Het instrumentenbord was over de hele lengte van de wagen bekleed met zwart similiplaat, de intrumenten zaten in een langwerpige console en bevatten naast de snelheidsmeter en benzinemeter, nog 5 waarschuwingslichtjes. De verstelbare stoeltjes en deurbekledingen waren uitgerust met gestikte similileder.

 

De laatst gebouwde versie (1972) is de “R” of Rinnovata (vernieuwd). Deze spruit had de motor van de recent uitgebrachte opvolger, de 126 en haalde uit een 594cc motor 18pk en bereikte hiermee 100km/u. Het instrumentenbordje was opnieuw rond van vorm en zwart zoals het stuurtje. De wieltjes hadden hetzelfde model als de 126. Het laatste exemplaar van deze R liep in 1975 van de band.

 

In 1974 lanceert FIAT de opvolger van de succesvolle 500: de 126. iets ruimer, hoekiger van vorm, zelfde mechanische kenmerken (2 cilinder luchtgekoeld achteraan met achterwiel aandrijving). De basismotor is de 594cc en levert 23pk op. Naderhand volgen nog versies met 654cc en 700cc.

 

De afgeleiden: een ras apart.

 

In de loop van zijn lange productieloopbaan, heeft dit wagentje menig carrosseriebouwer geïnspireerd om andere exclusieve, sportieve en gebruiksmodellen te fabriceren.

 

De grote namen van de Italiaanse koetswerkhuizen hadden wel één of meerdere afgeleide modellen van dit sympathieke wagentje. Zonder volledig te zijn, noem ik de bekendste grootmeesters op:

Bianchina, Ghia, Lombardi, Moretti, Pininfarina, Siata, Vignale en Zagato.

 

Biachina, een geval apart. FIAT, Pirelli en Bianchi hadden in de vijftiger jaren het bedrijf Autobianchi opgericht. Van bij de start van de Nuovo 500, brachten zij hun eigen versies uit zoals de Dueposti (2-zitter), de Quattroposti (4-zitter), de Bianchina cabrio en de Bianchina Panoramica. De laatste Bianchina liep in 1971 van de band.

 

De Ghia Jolly bevoorbeeld, een strandwagentje met rieten stoelen en mooi chromée buizen afgewerkt. Aan de zuiderse stranden van de Côte d’Azur, zie je die nog wel eens verschijnen. Veelal uitgerust met een kleurrijke luifel, ter bescherming van de hevige zonnestralen. Naast dit vrijetijdswagentje heeft Ghia ook nog een guitig Pick-up model op de markt gebracht.

 

Het “My Car” model van Francis Lombardi, behield grotendeels de lijnen van het origineel. De belangrijkste kenmerken aan de buitenzijde zijn het dichte stalen dakje, het frontje met de aparte grille en de openzwaaiende achterraampjes. Binnenin een luxueuze bekleding en een bijzonder instrumentenbord met sportstuurtje.

 

Moretti spitste zijn aandacht vooral op de vloeiende lijnen van coupé modellen. Enkel het onderstel en de volledige motor/versnellingsbak werden overgenomen van de FIAT 500. Het Coupé model van 1965, leek veel op grote broer, de 850 Coupé. Een 30pk versie, de 500 S, zag het levenslicht in 1964. Verder had Moretti ook nog was een terreinwagentje in zijn gamma: de Minimaxi.

 

Pininfarina voorzag het onderstel van de 500 van zeer aërodynamische koetswerken, die meestal gebruikt werden om snelheidsrecords te breken. Gecombineerd met de opgevoerde Abarth krachtbronnen, heeft zo’n Monza model een 12 uur recordrace gereden met een gemiddelde van meer dan 160km/u. Zijn hoogste top bedroeg 174km/u. Het gestroomlijnde wagentje haalde niet minder dan 23 snelheidsrecords.

 

Siata, vooral gekend via de latere 850 Spring, monteerde op het onderstel van de 500, de Sport Spider 500. Kenmerken van deze zeldzame verschijning: koetswerk in 2 kleuren gespoten en grote grille en staartvinnen “à l’Americain”.

 

Vignale mag de prijs ophalen van meest verkochte en best geslaagde roadster versie. De Vignale Gamine, een echte 2-zitter, had de achterkant van de originele 500 en een eigenwijze voorkant, gebaseerd op de Balilla Sport. De deurtjes waren heel laag uitgesneden. Het cabrioletdak was geen toonbeeld van waterdichtheid en verre van praktisch.

 

Carrozzeria Zagato kon het ook niet nalaten om enkele modellen op basis van de FIAT 500 voor te stellen. Tot de verbeelding spreekt de mooie Zagato 500 Abarth Coupé met het typische double bubbel dakje. Een iets wat aparte verschijning en die het niet verder gebracht heeft dan enkele exemplaren is een buggy-achtig 2-zittertje, vervaardigd uit met glasvezel versterkte kunststof koetswerk: de Zagato Zanzara 500.

 

Enkele niet-Italiaanse afgeleiden

 

Uit de Duitse Neckarfabrieken rolde de Neckar Weinsberg 500 van de band. Enigszins geïnspireerd op de Bianchinakoetswerken, maar toch weer duidelijk herkenbaar. 2 modellen werden aangeboden van 1959 tot 1963 (de limousette en de coupé).

 

De Oostenrijkse Steyr Puch modellenreeks benadert het dichtst het originele FIAT ontwerp. Het dakje had een metalen geschroefd vast deel in plaats van het kleine linnen kapje. De achterpartij, het motorklepje vertoonde andere verluchtingsgleuven dan de FIAT. En de wieltjes hadden hun eigen robuuste design. Het embleem van Steyr Puch werd mooi verwerkt op het frontje. Technisch gezien verschilde de Oostenrijkse variant zeer sterk van zijn Italiaanse. De FIAT heeft een verticale 2-cilinder, terwijl de Steyr Puch een horizontale boxermotor heeft met 2 tegenoverliggende cilinders. De cilinderinhoud varieerde van 500 tot 660cc, met een vermogen van 16 tot 40pk. Vooral deze laatste versie was een te duchten tegenstander in de races en op de openbare weg.  

 

Enkele buitenbeentjes

 

We hadden het al over de Minimaxi van MORETTI, een terreinvoertuig met als basis de FIAT 500 mechaniek.

Albarella was dan weer een jeepversie geconstrueerd door het Turijnse SAVIO. Typisch kenmerk van dit jeepje was de plaatsing van het reservewiel: in een uitsparing van het frontje, net tussen de 2 koplampen.

Een geslaagde “alle terrein” versie, die ook nog mooi om zien is, werd gebouwd door het Turijnse bedrijf FERVES. De Ranger had je in 2 versies, de korte (Cargo) en de lange (Ranger). Hier kon men wel spreken van het jeep effect, aangezien de 499cc motor de 4 wielen aandreef.

De Scoiattolo (eekhoorn), was een product van het Noord Italiaanse bedrijf FAS. De eerste versies waren gebaseerd op de FIAT 500F van 1969 en kenden niet zo’n groot succes. Nadien, met de introductie van de 126 motor en 4 wielaandrijving, vond deze Scoiattolo Super wel zijn weg naar de klanten in bergachtige streken.

 

El sportivo

 

Abarth en Giannini.

Voor de kenners, ronkende namen en heden ten dage, felbegeerde automobielen.

De bekendste zowel binnen als buiten Italië zijn de Abarth versies. La Scorpione. Naast de reeds vernoemde recordwagens, uitgerust met een speciale aërodynamische body, werden de Noord Italiaanse wegen onveilig gemaakt door racende 500’tjes, voorzien van schorpioenemblemen en ronkende uitlaten. De tovenaar, Carlo Abarth, geboren in Wenen, vestigde zijn bedrijf in Turijn. Het FIAT blokje werd onder handen genomen en  bracht het in de sterkste versie tot 38pk en een top van 140km/u. naast volledige wagens kon je bij Abarth ook nog terecht voor de opvoersets; deze zelfbouwpaketten waren netjes verpakt in houten kisten en bevatten alle ingrediënten (gaande van emblemen, speciale zuigers, nokkenassenuitlaat en instrumentenpaneel tot de bijhorende velgen).

 

Giannini, een bedrijf uit Rome, was een te duchten tegenstander voor de wagens met het schorpioenembleem. Net zoals Abarth werd het vermogen van de 2 cilinder opgekrikt en sleutelden zij ook aan de ophanging voor een betere wegligging. Hun krachtigste uitvoering was de 650 NP met 32pk. Zeer mooi embleem, bestaande uit een geblokte vlag met erboven vermeld Rome en Giannini.

 

Productie aantallen

 

Model                        bouwjaar         productie

 

Nuova 500                  ’57 – ’60         181.000

Nuova 500 D              ’60 – ’65         640.000

500 Giardiniera          ’60 – ’65         320.000

500 F/L                      ’65 – ’72      2.272.000

500 R                         ’72 – ’75         168.000

 

Samenstelling Ivo t’Jampens

 

Draag je deze sympathieke “bolletjes”, “rugzakjes”, “mugjes” een warm hart toe en wens je er meer over te weten of ben je geïnteresseerd in andere oldtimer FIATmodellen:

1 adres                       

FIAT Club Belgio vzw

Secretariaat

Doregem 73

2880 Bornem

03/889.03.24 (tel/fax)

www.fiatclubblegio.be

 

gearchiveerd onder: , , ,
This is Sliced Diazo Plone Theme